X

NLPedia

  • 25 september 2013
  • By Livinglife
  • Reacties uitgeschakeld voor Vormvoorwaarden voor een goede strategie
  • in NLPedia

Vormvoorwaarden voor een goede strategie

1. Goed gedefinieerde representatie van het resultaat.

2. Alle drie de belangrijkste representatie systemen inzetten.

3. Meer dan twee punten in elke loop.

4. Gaat, indien noodzakelijk, extern na een bepaald aantal stappen of na een bepaalde tijd.

5. Gebruikt zo weinig mogelijk stappen om het resultaat te bereiken.

6. Elke loop heeft een exit.

7. Heeft een logische opeenvolging.

8. Werkt volgens het T.O.T.E.-model.

9. Is ecologisch.

  • 25 september 2013
  • By Livinglife
  • Reacties uitgeschakeld voor Vormvoorwaarden van een goed geformuleerd doel
  • in NLPedia

Vormvoorwaarden van een goed geformuleerd doel

1. Positief geformuleerd
wordt beschreven in termen van wat men wil, niet in wat men niet wil.

2. Gebaseerd op de zintuigen
Kan worden gezien, gehoord, geproefd, geroken, etc.

3. Geïnitieerd en onderhouden door jezelf
De gewenste staat is onder controle van jezelf en is niet afhankelijk van iemand anders of iets anders.

4. Ecologisch
Sluit aan bij de persoonlijkheid van de persoon, het familiesysteem, algemene waarden en doelstellingen.

5. Behoudt de positieve neveneffecten van de huidige staat
Is een toevoeging aan de bestaande keus, eerder dan dat het aspecten van de huidige staat die nuttig kunnen zijn elimineert.

6. Specifiek en context afhankelijk
Bepaal wanneer en hoe het doel gewenst is.

7. Omvat intern proces, interne staat, extern gedrag
Beeldspraak, kennis, submodaliteiten, strategieën, gedrag.

  • 25 september 2013
  • By Livinglife
  • Reacties uitgeschakeld voor succesvol doelen stellen
  • in NLPedia

succesvol doelen stellen

Vraag jezelf eens:
"Als ik wist dat ik niet kan falen en ik kan enkel en alleen slagen, wat zou ik dan doen?"

Om succesvol doelen te stellen, zijn de volgende voorwaarden noodzakelijk:
1. Formuleer je doel positief.
Weet wat je wil, niet wat je niet wil.

2. Ben zo specifiek mogelijk.
Zorg ervoor dat je je doel kunt zien, horen, voelen, ect. Het zou een gedrag en/of tastbaar moeten zijn.

3. Heb een bewijsprocedure.
Je moet een manier hebben om te kunnen bepalen wanneer je jezelf moet belonen.

4. Sta aan de kant van de oorzaak.
Je doel moet door jezelf zijn geïnitieerd en door je zelf worden onderhouden.

5. Zorg ervoor dat het doel ecologisch en wenselijk is.
Weet wanneer en waar je het wilt, evenals wanneer en waar je het niet wil. Je wilt zelf van het resultaat profiteren, evenals ook anderen. Overweeg welke gevolgen je doel voor je zal hebben.

  • 25 september 2013
  • By Livinglife
  • Reacties uitgeschakeld voor NLP Rapport
  • in NLPedia

NLP Rapport

Rapport

Wat is communicatie?

Communicatie is een nominalisatie van het werkwoord communiceren. Communiceren is iets dat we non-stop doen, we kunnen niet niet communiceren. We communiceren altijd en brengen dus altijd een boodschap over.

De effectiviteit van communicatie wordt bepaald door de mate waarin jouw boodschap door de ander ontvangen wordt, zoals jij die hebt bedoeld. Elke partij is dus 100% verantwoordelijk voor de reactie die hij bij de ander oproept en het resultaat dat daarmee bereikt wordt. De betekenis van je communicatie is de respons die je krijgt.

De betekenis van je communicatie wordt bepaald door;

7% woorden
38% tonaliteit
55% fysiologie

Communiceren, houdt dus meer in dan alleen het spreken van woorden. Bij communiceren gaat het niet alleen om wat je zegt, maar veel meer om hoe je iets zegt. Dit betekent dat 93% van hetgeen we communiceren via het onderbewuste gebeurt.

Rapport is het magische gevoel van vertrouwen en ontvankelijkheid dat we waarnemen wanneer personen op “dezelfde golflengte zitten: ”Dit zijn de momenten waarop je iemand ontmoet en je je direct op je gemak voelt bij deze persoon. Sterker nog, de momenten waarop je denkt “wat hebben wij veel gemeen”of “hebben we elkaar al eerder ontmoet”.

Rapport wordt tot stand gebracht door;

Afstemmen of Matching
Spiegelen of Mirroring.

Je stemt je eigen gedrag, op elementen af op dat van de ander.
Afstemmen op de ander kun je op diverse manieren doen:

Fysiologie:
Lichaamshouding (de stand van de ruggengraat en van het hoofd)
Bewegingen en gebaren
Ademhaling
Gezichtsexpressie

Tonaliteit:
Toon
Tempo
Timbre
Volume
Toonhoogte
Pauzes

Woorden:
Predikaten sleutelwoorden
Gedeelde ervaringen en associaties
Detailniveau

Bij spiegelen breng je je eigen gedrag exact in overeenstemming met het gedrag van de ander. Spiegelen heeft een sterker effect dan afstemmen. Een bepaalde fysiologie hoort bij een bepaalde stemming (denk aan; lichaam en geest vormen een cybernetische eenheid). Door de fysiologie te spiegelen krijgen we toegang tot de stemming en de interne representatie van de ander. Het doel hiervan is beter contact en empathie.

Wanneer weet je dat je in rapport bent:

• Een bepaald gevoel van vertrouwen, rust, warmte, betrokkenheid en zekerheid.
• Bereidheid om elkaar te volgen en leiden.
• Veranderen van de gelaatskleur.
• Uitingen als “ken ik jou ergens van?”.

Er zijn slechts 2 grenzen aan je vermogen om rapport op te bouwen:

• De mate waarin je fysiologie, tonaliteit etc. van de ander kunt waarnemen (het vermogen om te kalibreren).
• De mate van flexibiliteit om je gedrag af te stemmen op dat van de ander (gedragsflexibiliteit).

Naast het opbouwen van rapport is het ook belangrijk om rapport te kunnen verbreken. Dit wordt ook wel mis-matching genoemd. Het is belangrijk te weten wanneer men het rapport verbreekt, zodat men er bewust voor kan kiezen om het rapport te verbreken. Vaak wordt rapport verbroken zonder dat men zich daarvan bewust is. Het niet aankijken van je gesprekspartner bijvoorbeeld is een duidelijke vorm van mis-matching. Net zoals “JA” een duidelijke vorm van matchen, net zoals “NEE” een duidelijke vorm van mis-matching is. Let echter op bij “JA MAAR” dit staat vrijwel gelijk aan “NEE”. Bij matching zijn gericht op de gelijkheid of overeenstemming en bij mis-matching op de ongelijkheid en het verschil.

Begrippenlijst

Rapport: Een relatie die wordt gekenmerkt door harmonie, begrip, wederzijds vertrouwen en de bereidheid de ander te volgen.

“When people become like eachother, they like eachother”

Mirroring: (spiegelen) het gedrag van de ander nadoen in spiegelbeeld ten einde het rapport te bevorderen of informatie te verzamelen. Je wordt de ander, je verliest jezelf.

Matching: (afstemmen) aansluiten bij, volgen of meegaan met. Je eigen gedrag in overeenstemming brengen met dat van de ander ten einde rapport op te bouwen of te handhaven. D.w.z. je neemt onderdelen van iemands fysiologie, stemgebruik of woorden over. Hierdoor blijf je jezelf.

Cross-over Mirroring: (Kruislingsspiegelen) Je neemt een bewegingsritme van de ander over, maar met een ander lichaamsdeel. Voorbeeld; - Je knikt met je hoofd in het ritme waarin de ander ademt. -

Back-track: (samenvatten) Je herhaalt of vat samen wat de ander heeft gezegd of wat er tot dan toe is gebeurd. Een krachtige manier van Back-track is het herhalen van waarde woorden.

Pacing: (volgen) Afstemmen op de ander ten einde vanuit eigen kracht de leiding in het gesprek over te nemen. Er zijn drie manieren de ander te volgen;
- Mirorring
- Matching
- Cross-over mirroring

Leading: (leiden) Het gedrag van jezelf zo veranderen, nadat je rapport hebt gecreëerd, zodat de ander bereid is je te volgen. In staat zijn om te leiden is een bewijs van goed rapport.

Mis-matching: Het (bewust of onbewust) inzetten van afwijkende gedragspatronen met als doel het gesprek te onderbreken, een nieuwe wending te geven of te beëindigen.

  • 29 augustus 2013
  • By Livinglife
  • Reacties uitgeschakeld voor Milton Model Patterns
  • in NLPedia

Milton Model Patterns

  1. Mind Read. I know that you are wondering…
  2. Lost Performative. Learning is easy…And it’s a good thing to wonder…And that’s a good example…That’s right… 
  3. Cause & Effect. Because; If…then; makes; as you…then you.
  4. Complex Equivalence. Means; is/are/am.
  5. Presupposition. You are learning many things.
  6. Universal Quantifier. All, every, never, always nobody.
  7. Modal Operator. Possibility/necessity, will, can, may, must, should.
  8. Nominalization. Verbs which have been frozen in time by making them into nouns. Communication, decision, understanding, relationship.
  9. Unspecified verb (unspecified predicate). The listener is forced to supply the meaning; And you can…; I want you to become…
  10. Tag Question. Can you not?... weren’t they? You can, can’t you?
  11. Simple Deletions. Recovering awareness of experiences or sensory input. You may understand…As you wonder…
  12. Lack of Referential Index. Phrase in which the subject of the sentence is unspecified. One can; you know; some people feel…;
  13. Comparative Deletion. (Unspecified Comparison) Right and Wrong; Now and Then; Sooner or Later; More or Less.
  14. Pace Current Experience. You are sitting here, listening to me, looking at me, (ect)…
  15. a. Embedded Commands.
    Directives that are embedded within the sentence which direct a person to do something. This is a double message and sends one message to the conscious mind and another message to the unconscious mind.
    You will absorb the learning.
    I don’t know if you’ll remember this now or later.

    b. Embedded Questions.
    A sentence with a question include to which an overt response is not expected.
    I wonder whether you know which hand will rise first.
    If you were to know when…are going into trance
  • 29 augustus 2013
  • By Livinglife
  • Reacties uitgeschakeld voor Chaining Anchors – Design
  • in NLPedia

Chaining Anchors – Design

When a client has a significant difference between their present state and the desired state, or too much of a transition for a two-step process, or the Anchor will not fire through because the present state is a ‘stuck’ state, Chaining Anchors can be an effective technique.

 

Chain Design

 

The keys in chain design are as follows:

 

  1. Choose two widely separate steps, involving a “stuck”, present state and a desired state. ‘How would you like to feel instead’.
  2. No more than five steps (ideally four).
  3. The first intermediate step is probably an “away from”, to take the person out of stuck state.
  4. The next intermediate step should take the client “towards” the end state.
  5. The states should have movement. (e.g. Satisfaction, Understanding has no movement). “What would it take to get you off of (state)?” Or, “What would it take to get you off of (state) to (next state)?”
  6. The states should be sufficiently strong to move the client onto the next state.
  7. Steps not too far apart.
  8. Should be ecological, (No strongly negative emotions such as anger, sadness, fear/panic, guilt, resentment, jealousy).
  9. Then states should be self-initiated and available NOW. (e.g. ‘waiting for feedback’ is neither self-initiated nor available now.
  10. Should not be the strategy currently run.
  11. Try the chain on yourself – would it/could it work?
  • 29 augustus 2013
  • By Livinglife
  • Reacties uitgeschakeld voor Collapse Anchor
  • in NLPedia

Collapse Anchor

Collapse Anchors is a technique which gives you client new neurological choices. The time

when you collapse Anchors is when your client repetitively goes into a state that they wish

they didn’t go into and don’t seem to know how to get out of it.

 

  1. Rapport/Resourceful states/Outcome.
  2. Set the frame.
  3. Decide on which negative state is to be collapsed.
  4. Agree which positive states/resource are needed.
  5. Anchor the positive states several times i.e. stack. (Remember, get into the specific positive state you’re eliciting). Make sure that the person is in a fully associated, intense, congruent state.
  6. Break state and test.
  7. Anchor the negative state, only once.
  8. Break state and test.
  9. Fire both Anchors at the same time until they peak and the integration is complete.
  10. Release the negative Anchor.
  11. Hold the positive Anchor for 5 seconds and then release.
  12. Test & future pace.
  • 29 augustus 2013
  • By Livinglife
  • Reacties uitgeschakeld voor Circle of Excellence
  • in NLPedia

Circle of Excellence

Anchoring for Personal Excellence

  1. Client identifies a situation coming up which they are nervous/anxious about or not looking forward to.
  2. As Client associates into this experience, Practitioner asks what personal recourses Client would need in this situation in order to deal with it successfully. Aim for 3 or 4 and note in Client’s exact words.
  3. For each of the resources required Practitioner directs Client to remember a time in the past where the had this resource. See what you saw, hear what you heard, notice what you noticed and feel what you felt. As Client fully accesses this state, Client steps into the circle and sets their own Kinaesthetic Anchor. Client releases Anchor and steps back out of the circle when the state wanes.
  4. After Anchoring each of the required resources in the circle, Practitioner then takes Client back into the circle (ask client to fire their Anchor), this time seeing themselves in the future situation with these resources. Ask the client to notice what they’re doing differently now. If any further resources are required, repeat step #3 until a really positive state is available to Client, as Client thinks about their future.

 

Also use ‘Ring of Power’ – similar to ‘Circle of Excellence’ and ‘Resource Anchoring’.

  • 29 augustus 2013
  • By Livinglife
  • Reacties uitgeschakeld voor Five Keys to Anchoring
  • in NLPedia

Five Keys to Anchoring

  1. INTENSITY of the experience. An Anchor should be applied when the client is fully associated in an intense state. The more intense the experience, the better the Anchor will stick.
  2. TIMING of the Anchor. When you see the beginning of the state, apply the Anchor. When you see the state reach its peak, let it go. This can typically from five to fifteen seconds. (see ‘Application of the Anchor’ below)
  3. UNIQUENESS of the stimulus. A handshake, although it is an Anchor, may be too common. The Anchor must be in a unique location that will not be accidentally or inadvertently touched.
  4. REPLICABILITY of the stimulus. Can you easily fire the Anchor in situations when you will need it?
  5. NUMBER of times. Repetition of the stimulus, the number of times the stimulus is applied. The more often the Anchor is repeated and reinforced in the same way (i.e. ‘stacked’), the more powerful will be the Anchor.

 

Application of an Anchor

Anchoring

 

  • 29 augustus 2013
  • By Livinglife
  • Reacties uitgeschakeld voor Seven Steps to Anchoring
  • in NLPedia

Seven Steps to Anchoring

  1. Preframe. Get into rapport with the client. Get permission to touch client. Decide on location of kinaesthetic Anchor.
  2. Recall. Have the client recall a past vivid experience. The best states to anchor are those that occur naturally and that are vivid and highly associated states. NB. Get into the state yourself!

    Can you remember a time when you were totally (state)? Can you remember a specific time?

    As you go back to that time now, step into your body and see what you saw, hear what you heard, and really feel the feelings of what you felt, when you were totally (state).

  3. Associate. Make sure the client fully associates into the state.
  4. Anchor. Provide a specific stimulus at the peak of the experience. (See diagram on next page).
  5. Break State. Talk about something completely unrelated e.g. How’s the weather? That’s a nice watch. Make sure there is a definite break state before testing.
  6. Repeat. Repeat steps 2, 3, 4 & 5 as necessary.
  7. Test. Fire the Anchor to test. Test the Anchor by touching the same place and watching the client’s response.
1 2